Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 63, betreffende de bevoegdheden van de burgemeester;
Gelet op de Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988, artikel 135 §2, dat bepaalt dat de gemeenten tot taak hebben om te voorzien, ten behoeve van de inwoners, in een goede politie, met name over de zindelijkheid, de gezondheid, de veiligheid en de rust op openbare wegen en plaatsen en in openbare gebouwen;
Gelet op de Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988, artikel 133 betreffende de bevoegdheid van de burgemeester dat bepaalt dat de burgemeester belast is met de uitvoering van de politiewetten, de politieordonnanties, de politieverordeningen en de politiebesluiten;
Overwegende de werken die momenteel worden uitgevoerd in de doortocht van Oostduinkerke-bad voor het vernieuwen van het spoor, in opdracht van de VVM De Lijn;
Overwegende dat een spoorwissel is aangelegd naar aanleiding van voornoemde werken ter hoogte van de Zandzeggelaan;
Overwegende dat ter hoogte van deze spoorwissel betonverharding is aangebracht;
Overwegende op het reeds lang aanslepend probleem van een veilige fietsverbinding voor de wijk gelegen ten westen van het centrum van Oostduinkerke-bad en ten noorden de Albert I-laan, richting Oostduinkerke-bad;
Overwegende dat fietsers momenteel in tegenovergestelde richting langs het fietspad op de N34 rijden (noordkant) om zich richting Oostduinkerke-bad te begeven, en dit wegens gebrek aan een veilige alternatieve toegang en/of (veilige) oversteek over de N34;
Overwegende dat een oversteek ter hoogte van de Weg der Hoop een veilige oplossing zou zijn om fietsers richting Oostduinkerke-bad en handelszaken te begeleiden;
Overwegende dat er evenmin een fietsverbinding doorheen de duinen mogelijk is (gekoppeld aan bestaand wandelpad) omwille van negatief advies van het agentschap Natuur en Bos, wat bovendien enkel een oplossing zou inhouden voor het recreatief fietsverkeer;
Overwegende het plaatsbezoek d.d. 15 06 2021 in aanwezigheid van diverse partijen, waaronder vertegenwoordigers van het gemeentebestuur, AWV, De Lijn, studiebureau Cnockaert, PZ Westkust waar de problematiek nogmaals werd aangekaart;
Overwegende dat naar aanleiding van plaatsbezoek opnieuw geen oplossing is aangereikt waar alle partijen mee akkoord gaan;
Overwegende dat werd vastgesteld dat er net ter hoogte van de Weg der Hoop, waar een fietsdoorsteek over het spoor een mogelijke oplossing kan betekenen, reeds – tijdelijke – betonverharding aanwezig is;
Overwegende dat, in kader van degelijk bestuur, het aangewezen is deze betonverharding te laten liggen en niet uit te breken en dit tot een definitieve oplossing is uitgewerkt voor dit veiligheidsprobleem;
Overwegende dat de nodige maatregelen moeten genomen worden om te vermijden dat deze betonverharding als doorsteek of keerpunt wordt gebruikt door gemotoriseerd verkeer;
Overwegende dat de gemeente de nodige stappen zal nemen om tot een definitieve oplossing te komen, ondermeer door inschakelen van de bemiddeling van de gouverneur van West-Vlaanderen aangezien de betrokken Vlaamse administraties/instellingen er niet in slagen dit probleem op te lossen;
Overwegende de wens om fietsgebruik te stimuleren voor korte verplaatsingen en dat bijgevolg veilige fietspaden en doorsteken hierbij onontbeerlijk zijn;
Overwegende dat er zich momenteel een veiligheidsprobleem voordoet voor zowel recreatief als functioneel fietsverkeer;
Overwegende dat het gebruik van de fiets de laatste jaren enorm is toegenomen, en het aangekaarte probleem enkel maar groter wordt;
Besluit :
Art. 1: Burgemeester Marc Vanden Bussche verbiedt om de betonverharding die is aangelegd tussen de tramsporen ter hoogte van de Weg der Hoop, in kader de plaatsing van een spoorwissel voor de spoorwerken in de doortocht van Oostduinkerke-bad (in opdracht van de VVM De Lijn) uit te breken;
Art 2: Aan de VVM De Lijn en de wegbeheerder AWV wordt opdracht gegeven om deze doorsteek te beveiligen opdat deze niet door gemotoriseerd verkeer kan gebruikt worden;