Gelet op artikel 41, 162 en 173 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994;
Gelet op artikel 40, §3, en 41, tweede lid, 14°, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;
Gelet op artikel 16.1.2, 2°, en 16.6.3, §2, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM);
Gelet op artikel 12 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet);
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA);
Overwegende dat de gemeente een openbare dienstverlening nastreeft; daarnaast brengen technische prestaties een aanzienlijke tijds- en kosteninspanning met zich mee bij specifieke en individuele prestaties die enkel ten behoeve van een retributieplichtige worden verricht; aangezien deze prestaties een rechtstreeks individueel voordeel opleveren, is het billijk dat de kosten ervan worden doorgerekend;
Overwegende dat dit reglement ook de kosten aanrekent wanneer de retributieplichtige ondanks aangetekende ingebrekestelling vooraf om goederen weg te nemen en ondanks de nodige tijd wordt gegeven, hier niet op ingaat; dat dan kan verondersteld worden dat deze akkoord gaat met de wegname op zijn kosten door de gemeente; dat op deze wijze deze kosten kunnen gerecupereerd worden en niet afgewenteld worden op de gemeenschap of op anderen die wel zelf de nodige actie en kosten hebben gedragen;
Overwegende dat het tijdelijk stockeren van de weggehaalde goederen een kostprijs mee brengt en dat deze ten laste is van de eigenaar ervan die zijn kosten anders afwentelt op de gemeenschap;
Overwegende dat voor de efficiënte werking van de diensten een kostprijs van ingezet personeel wordt aangerekend per begonnen uur; dat om dezelfde reden een redelijke prijs voor gebruik van materiaal en een kostprijs per kilometer voor inzet van een gemotoriseerd vervoermiddel wordt aangerekend rekening houdend met de omvang van de sluikstorting; dat indien de sluikstorting de inzet van een externe firma vereist en/of de afvoer naar een gespecialiseerde verwerkingsfirma, dan zijn die kosten volledig ten laste van de veroorzaker;
Overwegende dat de gemeente en haar burgers worden regelmatig geconfronteerd met afvalstoffen die worden achtergelaten op niet-reglementaire wijze; dat het noodzakelijk is dat sluikstort zo vlug mogelijk verwijderd wordt, omdat dit past in een algemeen streven naar een nette en leefbare gemeente; dat het verwijderen en verwerken van deze achtergelaten afvalstoffen extra inspanningen vergt van de gemeentelijke diensten en/of het inzetten van een externe firma en gaat gepaard met extra kosten voor de gemeente
Overwegende dat de kosten worden berekend en verhaald op de veroorzaker ervan tegen een louter kostendekkend tarief;
Overwegende financiële toestand van de gemeente;
Art. 1: Doel
Met ingang vanaf 15 maart 2026 wordt een retributie gevestigd op technische prestaties voor :
Art. 2.: Retributieplichtige
De retributie is verschuldigd door elke natuurlijke- of rechtspersoon die
Art. 3.: Tarieven
§1. Volgende tarieven zijn van toepassing :
| uurloon personeelsleden verhoging uurloon: |
|
| gebruikte materialen en huren materialen of voertuigen bij private ondernemingen |
aan kostprijs |
| bulldozer |
125 euro per uuur |
| personenwagen, lichte vracht of camionette met laadbak |
70 euro per uur |
| vorklift |
60 euro per uur |
| vrachtwagen met laadvermogen >3,5T, tractor, vuilniswagen |
125 euro per uur |
| containervrachtwagen |
150 euro per uur |
| veegmachine |
125 euro per uur |
| wiellader |
115 euro per uur |
| kleine wiellader |
100 euro per uur |
| manitoe (verreiker) |
100 euro per uur |
| stockeren en afhalen strandcabine of terras bij de opslagplaats technische dienst Indien de wegname niet gebeurt binnen de twee maand, wordt het bedrag per begonnen maand verhoogd met |
250 euro
100 euro |
| stockage van divers materiaal (stoelen, tafels, koopwaar, andere roerende goederen...) |
20 euro per vierkante meter |
| gebruik van nadars (in kader van openbare veiligheid) |
betalend vanaf 7e dag: |
Bijkomende tarieven voor het weghalen en verwijderen van afvalstoffen gestort of achtergelaten op niet-reglementaire plaatsen of tijdstippen of in niet-reglementaire recipiënten:
| verwerken afvalstoffen |
de kostprijs van de verwerking van de afgevoerde materialen, op basis van de factuur van de firma die instaat voor de verwerking ervan met inbegrip van de BTW |
| opruiming door een gespecialiseerde firma |
de kostprijs van de opruiming, op basis van de factuur van de firma die instaat voor de verwerking ervan met inbegrip van de BTW |
§2. Voor elk gebruik of geleverde prestatie zal minimum één uur worden aangerekend. Elk begonnen uur telt voor een volledig uur.
§3. Elke begonnen m² wordt als een volle m² beschouwd.
§4. De tarieven worden aangepast:
Het tarief wordt jaarlijks op 1 januari geïndexeerd volgens de schommelingen van spilindex van de overheidswedden. Deze aanpassing gebeurt door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door de spilindex van toepassing in de maand november van het jaar voorafgaand aan het retributiejaar te delen door de spilindex van toepassing voor de maand november van het jaar 2025.
2. de andere tarieven volgens de schommelingen van het indexcijfer van de gezondheidsindex van november 2025.
Het tarief wordt jaarlijks op 1 januari geïndexeerd volgens de schommelingen van het indexcijfer van de gezondheidsindex. Deze aanpassing gebeurt door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het gezondheidsindexcijfer van de maand november van het jaar voorafgaand aan het retributiejaar te delen door het gezondheidsindexcijfer van de maand november van het jaar 2025.
§5. Indien de gemeente zelf niet de technische prestaties zoals vermeld in artikel 1 kan verrichten, zal dit door de aangestelde aannemers werkzaam voor de gemeente uitgevoerd worden tegen de eenheidsprijzen voorzien in de desbetreffende aanbestedingen.
§6. Indien gestockeerd materiaal, binnen de 3 maanden vanaf datum van stockage, niet wordt opgehaald bij de Technisch Uitvoerende Dienst, gaat het gemeentebestuur ervan uit dat er afstand wordt gedaan van het materiaal. De retributie voor het ophalen, stockeren en verwijderen van het materiaal blijft wel verschuldigd.
§7. Voor alle niet voorziene gevallen mag het college van burgemeester en schepen het tarief bepalen.
Art. 4: De retributie moet voor de afgifte van de bewaarde en gestockeerde materialen contant (elektronisch of in cash) worden betaald (in cash tegen afgifte van een ontvangstbewijs) op de financiële dienst.
Art. 5: Zolang de retributie niet betaald is, heeft de gemeente retentierecht.
Art. 6: Invorderingsprocedure en eventuele betwisting van de schuldvordering.
§1. De schuldvorderingen moeten betaald worden ten laatste op de vervaldag vermeld op de factuur/kostennota.
§2. De gebruiker van de dienst waarvoor de retributie wordt geheven, die niet akkoord gaat met de toegestuurde schuldvordering beschikt over een termijn van vijftien kalenderdagen, volgend op de datum van verzending van de schuldvordering/factuur/kostennota, om zijn niet-akkoord met de toegestuurde schuldvordering schriftelijk en gemotiveerd in te dienen bij het college van burgemeester en schepenen, dat erover beslist rekening houdend met dit reglement.
Indien de gebruiker van de dienst waarvoor de retributie wordt geheven, geen beroep instelt bij het schepencollege, dan wordt de schuldvordering als onbetwist en opeisbaar beschouwd in de zin van artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
§3. Vervolg van de procedure tot de volledige betaling van de retributie en eventuele administratiekosten:
Er worden maximaal twee niet aangetekende maningen verstuurd. Deze zijn te voldoen binnen de zeven kalenderdagen volgend op de verzending ervan.
Voorafgaand aan de gedwongen procedure via dwangbevel, wordt één aangetekende aanmaning verstuurd. Deze is te voldoen binnen de zeven kalenderdagen volgend op de verzending ervan.
§4. Bij gebreke aan minnelijke betaling, wordt een dwangbevel overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur opgemaakt door de gemeentelijke financieel directeur. Het dossier wordt overgemaakt aan een gerechtsdeurwaarder. De gerechtsdeurwaarder zet de invordering minnelijk en indien nodig gerechtelijk verder.
De kosten, rechten en uitschotten blootgesteld in alle fasen van de invordering worden berekend overeenkomstig het koninklijk besluit van 30 november 1976 dat het tarief vastlegt van de akten verricht door de gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken en van sommige toelagen.
§5. Er worden invorderingskosten aangerekend overeenkomstig het besluit van de gemeenteraad van 9 maart 2026 tot goedkeuren retributie debiteurenbeheer - invorderingskosten.
Alle invorderingskosten zijn integraal verschuldigd door de in gebreke blijvende schuldenaar van de retributie.
§6. In geval van betaling wordt de ontvangen som eerst aangerekend op de invorderings- en administratiekosten en vervolgens op de openstaande som van de schuldvordering/retributie.
Art. 7 : Algemene bepalingen
§1. Huidig reglement treedt in werking op 15 maart 2026.
§2. Dit reglement vervangt vanaf deze datum alle andere reglementen die dezelfde zaken regelen.
§3. Dit reglement is niet van toepassing voor de voorwerpen waarvoor het door de gemeenteraad op 4 september 2023 goedgekeurde retributiereglement gevonden voorwerpen van toepassing is.