Terug
Gepubliceerd op 10/03/2026

Besluit  gemeenteraad

ma 09/03/2026 - 19:00

Retributiereglement inzake debiteurenbeheer - invorderingskosten schuldvorderingen - vaststelling

Aanwezig: Koen Ringoot, voorzitter
Sander Loones, burgemeester
Patricia Vandenbroucke, Peter Hillewaere, Greet Verhaeghe, Björn Cools, Kirke Hillewaere, Lore Dezutter, schepenen
Stéphanie Anseeuw, Ivan Vancayseele, Bieke Dalle, Elwin Van Herck, Adelheid Hancke, Bart Pieters, Alain De Coster, Julie Paelinck, Dirk Decorte, Eddy Blomme, Danny Geryl, Dominique Vanbillemont, Jeroen Thieren, Siegline Driesse, Elke Pillen, Katleen Calcoen, Carlos Vanden Bussche, Cindy Vlaminck, Greta Cambier, raadsleden
Joeri Stekelorum, algemeen directeur

Gelet op de gecoördineerde Grondwet verleent bij artikels 41, 162/2e, 170/paragraaf 4 en 173 aan de gemeenten fiscale autonomie

Gelet op artikel 11 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Gelet op artikel 298 § 2 WIB '92 en art. 147 KB WIB '92.

Gelet op de wet van 13 april 2019 van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.

Gelet op artikel 40, § 3 van het decreet over het lokaal bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor de gemeentelijke belastingen en retributies.

Gelet op artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur.

Overwegende dat doel van dit reglement is via retributie de meerkosten te laten vergoeden voor de invordering van schulden wanneer de debiteur duidelijk onwillig of nalatig is. Het is evident dat de debiteur zelf de gevolgen draagt van zijn eigen handelen of het gebrek daaraan; dat er enerzijds de administratieve meerkost is zoals bijvoorbeeld papier, verzendingskosten, inschrijvingen,... en anderzijds de extra personeelskost voor de opzoekingen, opmaak documenten, opvragen attesten, samenstellen adviezen,...

Overwegende dat afhankelijk van de toegepaste procedure meer complexe, tijdrovende en arbeidsintensieve handelingen door de administratie uitgevoerd worden;

Overwegende dat de reële kosten van de gerechtsdeurwaarders en andere administraties op grond van de wettelijk voorziene principes worden doorgerekend aan de wanbetaler;

Overwegende dat de retributie tarieven voorziet die in verhouding staan tot de complexiteit van de te voeren procedures;

Publieke stemming
Aanwezig: Koen Ringoot, Sander Loones, Patricia Vandenbroucke, Peter Hillewaere, Greet Verhaeghe, Björn Cools, Kirke Hillewaere, Lore Dezutter, Stéphanie Anseeuw, Ivan Vancayseele, Bieke Dalle, Elwin Van Herck, Adelheid Hancke, Bart Pieters, Alain De Coster, Julie Paelinck, Dirk Decorte, Eddy Blomme, Danny Geryl, Dominique Vanbillemont, Jeroen Thieren, Siegline Driesse, Elke Pillen, Katleen Calcoen, Carlos Vanden Bussche, Cindy Vlaminck, Greta Cambier, Joeri Stekelorum
Voorstanders: Sander Loones, Patricia Vandenbroucke, Peter Hillewaere, Greet Verhaeghe, Björn Cools, Kirke Hillewaere, Lore Dezutter, Koen Ringoot, Stéphanie Anseeuw, Ivan Vancayseele, Bieke Dalle, Elwin Van Herck, Adelheid Hancke, Bart Pieters, Alain De Coster, Julie Paelinck, Dirk Decorte, Eddy Blomme, Danny Geryl, Dominique Vanbillemont, Jeroen Thieren, Siegline Driesse, Elke Pillen, Katleen Calcoen, Carlos Vanden Bussche, Cindy Vlaminck, Greta Cambier
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
besluit

Afdeling I – Algemene bepalingen

Art. 1: Vanaf 15 maart 2026 wordt een retributie geheven voor de invorderingskosten van zowel fiscale als niet-fiscale vorderingen.

De in dit reglement bepaalde retributies zijn de vermijdbare meerkosten die worden gemaakt door de gemeente die zijn veroorzaakt door de wanbetaler. Het principe is dan ook dat de wanbetaler betaalt.
De tarieven in dit reglement zijn exclusief btw en volgen de bepalingen van de geldende btw-regelgeving.

 

Afdeling II – Retributies voor een aangetekende en voor een niet- aangetekende aanmaning en voor een aanmaning na niet-naleving van een afbetalingsplan

Art. 2: maningskosten

In alle gevallen van niet-betaling binnen de termijn zoals voorzien in de eerste uitnodiging tot betaling (factuur/aanslagbiljet/boete,…), zal een eerste kosteloze aanmaning worden verzonden.
Indien de debiteur niet betaalt binnen de termijn voorzien in de eerste kosteloze aanmaning, wordt een retributie van € 5,00 aangerekend voor de verzending van een volgende niet aangetekende aanmaning of van € 15,00 euro voor de verzending van een aangetekende aanmaning.
Er wordt een retributie van € 5,00 aangerekend voor de verzending van een niet aangetekende aanmaning of van € 15,00 euro voor de verzending van een aangetekende aanmaning, in het geval een afbetalingsplan niet wordt nageleefd.

Alle vorderingen waarop het boek XIX van het Wetboek Economisch Recht (hierna ‘WER’): Schulden van de consument (en alle latere wijzingen van deze wet) van toepassing zou zijn, zullen op de door de wet bepaalde wijze worden ingevorderd. Ingeval er een discrepantie is tussen de werkelijke invordering en de wet, zal de invordering steeds worden aanzien als in overeenstemming met de wet, zonder dat de vordering als nietig of ongeldig kan worden aanzien.

 

Afdeling III – Retributie voor de grensoverschrijdende invordering

Art. 3: Voor de grensoverschrijdende invordering waarvoor de gemeente geen beroep doet op een gerechtsdeurwaarder, maar wel op een derde-incassopartner, komt het bedrag van de retributie overeen met de incasso- en administratiekosten die de derde hiervoor aan de gemeente doorrekent, vermeerderd met € 75,00. De retributie is verschuldigd van zodra het dossier aan deze derde wordt overgemaakt.

 

Afdeling IV - Retributies voor gedwongen uitvoering

Art. 4: opmaak dwangschrift/dwangbevel en/of doorgave aan de gerechtsdeurwaarder

Wanneer de debiteur niet overgaat tot betaling van de volledige schuld, kosten en interesten inbegrepen, kan de financieel directeur overgaan tot opmaak van een dwangschrift/dwangbevel en/of doorgeven aan de gerechtsdeurwaarder.

Art. 5: procedures tot gedwongen uitvoering en invordering

Indien de debiteur in gebreke blijft, kan de financieel directeur verdere stappen nemen in gedwongen uitvoering en invordering. Hiervoor worden specifieke retributies aangerekend aan de debiteur bovenop de eventuele gerechtskosten, gerechtsdeurwaarderskosten en reële kosten.

 1° fiscaal vereenvoudigd derdenbeslag: € 75,00 (aanzegging, derdenbeslag en inschrijving in het Centraal Bestand van Berichten van  beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest)
 2° hypothecaire inschrijving/doorhaling: € 75,00 per inschrijving van een hypotheek vermeerderd met de effectief betaalde kost aan het  Kantoor Rechtszekerheid (inschrijving + doorhaling)
 3° uitvoerend beslag op onroerend goed:

 Dit betreft telkens de administratieve en juridische procedurevoorbereiding en wordt berekend  per onroerend goed per procedure:

  • € 1.750,00 vanaf de betekening van een ‘bevel voorafgaand aan het uitvoerend beslag  op onroerend goed’
  • € 1.250,00 voor de aanstelling van een notaris: vanaf neerlegging verzoekschrift

 aanstelling notaris bij de rechtbank

  • € 1.500,00 voor een rouwkoop, te betalen door de rouwkoper

 4° procedure uitonverdeeldheidtreding: In het geval een onroerend goed toebehoort aan verschillende eigenaren en/of debiteuren wordt  een procedure gevoerd om uit de onverdeeldheid te geraken: € 2.000,00 per onroerend goed vanaf betekening dagvaarding.
 5° procedure tot aanstelling van een curator over een onbeheerde nalatenschap: € 1.500,00 vanaf neerlegging verzoekschrift bij de rechtbank.

 

Afdeling V – Wijze van toerekening van ontvangen betalingen/afbetalingen.

Art. 6: De door de debiteur betaalde bedragen worden eerst toegerekend aan de uitgestalde kosten van de externe partijen (gerechtsdeurwaarder, incassobureau), vervolgens op de kosten van de invordering volgens dit reglement, op de toepasselijke interesten en tenslotte op de verschuldigde hoofdsom.