De voorzitter opent de zitting op 09/03/2026 om 19:02.
De voorzitter verwelkomt de raadsleden en wijst op feit dat de raadsleden kandideerden voor de job uit motivatie en om een betekenis te geven aan de gemeenschap en uit interesse voor het reilen en zeilen in de gemeente; hij zegt dat daarvoor informatie en kennis nodig is, en het verwerven van kennis op zich al bevredigend is en ook leidt tot meer nood aan kennis; hij wijst daarbij op het feit dat raadsleden o.a. de kans krijgen opleidingen te volgen en dat vooral nieuwsgierigheid belangrijk is om kennis te vergaren het ook een bron van eigen genot is; ten slotte wenst hij nieuwsgierigheid als bron van kennis aan alle raadsleden toe
De burgemeester verwijst naar het verwijderen van de kastanjeboom in Wulpen wegens stabiliteitsproblemen.
Gelet op art. 32 en 277§1 van het decreet lokaal bestuur van 12 december 2017;
Art. 1: De notulen van de raadszitting van 9 februari 2026 worden goedgekeurd.
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 333;
Gelet op de beslissing van de gouverneur van 9 februari 2026 inzake een klacht van 19 januari 2026 tegen het belastingsreglement op de tweede verblijven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 goedgekeurd door de gemeenteraad van 15 december 2025;
Art. 1: De gemeenteraad neemt kennis van de beslissing van de gouverneur van 9 februari 2026 inzake een klacht van 19 januari 2026 tegen het belastingsreglement op de tweede verblijven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 goedgekeurd door de gemeenteraad van 15 december 2025.
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;
Gelet op de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen;
Gelet op de wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, inzonderheid artikel 36, en inzonderheid artikels 2, 36° en 48 die een gezamenlijke realisatie van de opdracht in naam en voor rekening van meerdere aanbesteders toelaat en artikel 43;
Gelet op het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen;
Gelet op het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen;
Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht;
Overwegende dat in het kader van de opdracht “Aanstellen ontwerper infrastructuurwerken” een bestek met nr. 2026019 werd opgesteld door de Dienst Technisch Bureau;
Overwegende dat de uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 1.250.000,00 euro excl. btw of 1.512.500,00 euro incl. 21% btw;
Overwegende dat voorgesteld wordt de opdracht te gunnen bij wijze van de openbare procedure;
Overwegende dat het bestuur bij het opstellen van de lastvoorwaarden voor deze opdracht niet beschikte over de exact benodigde hoeveelheden;
Overwegende dat deze raming de limieten van de Europese bekendmaking overschrijdt;
Overwegende dat het een gezamenlijke opdracht betreft waarbij het aangewezen is dat Gemeente Koksijde de procedure zal voeren en in naam van Sociaal Huis Koksijde en Autonoom Gemeentebedrijf Koksijde bij de gunning van de opdracht zal optreden;
Overwegende dat gezamenlijk aankopen kan leiden tot aanzienlijke besparingen en administratieve vereenvoudiging;
Overwegende dat de uitgave voor deze opdracht voorzien is in het budget 2026 en voorzien wordt in de komende budgetjaren;
Art. 1: Goedkeuring wordt verleend aan het bestek met nr. 2026019 en de raming voor de opdracht “Aanstellen ontwerper infrastructuurwerken”, opgesteld door de Dienst Technisch Bureau. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten. De raming bedraagt 1.250.000,00 euro excl. btw of 1.512.500,00 euro incl. 21% btw.
Art. 2: Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de openbare procedure.
Art. 3: Gemeente Koksijde wordt gemandateerd om de procedure te voeren en in naam van Sociaal Huis Koksijde en Autonoom Gemeentebedrijf Koksijde bij de gunning van de opdracht op te treden.
Art. 4: In geval van een juridisch geschil omtrent deze overheidsopdracht, is elk deelnemend bestuur mee verantwoordelijk voor alle mogelijke kosten in verhouding tot zijn aandeel in de opdracht.
Art. 5: Afschrift van deze beslissing wordt bezorgd aan de deelnemende besturen.
Art. 6: De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal en Europees niveau.
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;
Gelet op de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen;
Gelet op de wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, inzonderheid artikel 36;
Gelet op het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen;
Gelet op het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen;
Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht;
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 03 juni 2024, waarbij de samenwerkingsovereenkomst met Aquafin en stad Nieuwpoort werd goedgekeurd met betrekking op de vernieuwing van de Kinderlaan tussen de Speeuwenberg en de Louisweg;
Overwegende dat de ontwerpopdracht voor de opdracht “Aanleg gescheiden stelsel Kinderlaan (Spreeuwenberg - Louisweg)” door Aquafin NVwerd gegund aan Studiebureau Jonckheere BV, Torhoutse Steenweg 378c te 8200 Brugge;
Overwegende dat in het kader van deze opdracht een bestek werd opgesteld door de ontwerper, Studiebureau Jonckheere BV, Torhoutse Steenweg 378c te 8200 Brugge;
Overwegende dat de uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 5.216.235,63 euro excl. btw of 5.447.382,86 euro incl. btw, waarvan 549.518,37 euro excl. btw of 664.917,23 euro incl. btw ten laste van de gemeente Koksijde;
Overwegende dat voorgesteld wordt de opdracht te gunnen bij wijze van de openbare procedure;
Overwegende dat de uitgave voor deze opdracht voorzien is in het investeringsbudget van 2026, op budgetcode 0200-01/2270007/BESTUUR/CBS/0/IP-KINDERL (actie 05-04);
Art. 1: Goedkeuring wordt verleend aan het bestek en de raming voor de opdracht “Aanleg gescheiden stelsel Kinderlaan (Spreeuwenberg - Louisweg)”, opgesteld door de ontwerper, Studiebureau Jonckheere BV, Torhoutse Steenweg 378c te 8200 Brugge en dit in opdracht van de bouwheer Aquafin NV. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten. De raming bedraagt 5.216.235,63 euro excl. btw of 5.447.382,86 euro incl. btw, waarvan 549.518,37 euro excl. btw of 664.917,23 euro incl. btw ten laste van de gemeente Koksijde.
Art. 2: Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de openbare procedure.
Art. 3: De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal niveau.
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;
Gelet op de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen;
Gelet op de wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, inzonderheid artikel 43, § 4 (Opdracht in het kader van een raamovereenkomst met één enkele ondernemer), en inzonderheid artikelen 2, 6° en 47 §2 die de aanbestedende overheden vrijstelt van de verplichting om zelf een plaatsingsprocedure te organiseren wanneer ze een beroep doen op een aankoopcentrale;
Gelet op het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen;
Gelet op het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen;
Gelet op de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen;
Gelet op het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht;
Overwegende dat de provincie Oost-Vlaanderen een volledige procedure opstartte voor voornoemde opdracht en optreedt als aankoopcentrale;
Overwegende dat het is aangewezen dat de gemeente gebruik maakt van de aankoopcentrale om volgende redenen:
Overwegende dat de uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 165.289,26 euro excl. btw of 200.000,00 euro incl. 21% btw;
Overwegende dat voorgesteld wordt de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking;
Overwegende dat Provinciebestuur Oost-Vlaanderen optreedt als aankoopcentrale voor Gemeente Koksijde bij de gunning van de opdracht;
Overwegende dat de uitgave voor deze opdracht voorzien is in in het budget;
Art. 1: Goedkeuring wordt verleend tot de toetreding tot het raamcontract "VISUALO" van de Provincie Oost-Vlaanderen voor levering installatie en onderhoud van outdoor digitale schermen, inclusief bijhorend softwareplatform voor aansturing, ontwikkeling en terbeschikkingstelling van software voor het decentrale creëren van advertenties- tot 30/06/2032”. De raming bedraagt 165.289,26 euro excl. btw of 200.000,00 euro incl. 21% btw.
Art. 2: Deze aansluiting verplicht de gemeente Koksijde niet tot een effectieve plaatsing van een opdracht.
Art. 3: In toepassing van artikel 2, 6°a en 7°b van de wet van 17 juni 2016 betreffende de overheidsopdrachten, zal het provinciebestuur Oost-Vlaanderen optreden als aankoopcentrale in die zin dat ze overheidsopdrachten of raamovereenkomsten met betrekking tot werken, leveringen of diensten plaatst die bestemd zijn voor aanbestedende overheden of aanbestedende entiteiten.
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 artikel 40 en 41;
Gelet op de principiële beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 20 januari 2025 voor de aankoop van een perceel duingrond, kadastraal bekend volgens titel onder Koksijde, 3de afdeling, sectie A, nr. 16 G 2, voor een totale prijs van 200 euro;
Overwegende dat de gemeente Koksijde interesse heeft in de aankoop van een perceel duingrond gelegen ter hoogte van R. Allemeeschlaan te Sint-Idesbald;
Overwegende dat alle eigenaars akkoord gaan met de verkoop;
Overwegende dat notariskantoor Van Walleghem en Sanders werd aangesteld om een ontwerpakte op te maken en de akte te verlijden;
Art. 1: De in bijlage van dit besluit opgenomen ontwerpakte, voor de aankoop van een perceel duingrond ter hoogte van R. Allemeeschlaan te Sint-Idesbald van 40m2 en voor de prijs van 200 euro, kadastraal gekend onder Koksijde,3de afdeling, sectie A, nr. 16 G2 wordt goedgekeurd.
Art. 2: De gemeenteraad delegeert de ondertekeningsbevoegdheid van de huidige akte aan de burgemeester en de algemeen directeur.
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017; artikel 41 11°;
Gelet op het Koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken;
Overwegende dat het college van burgemeester en schepenen een subconcessie wenst open te stellen voor de verkoop van Berlijnse bollen op het strand;
Overwegende dat een lastenboek hiervoor werd opgesteld voor een periode van drie seizoenen (2026–2028);
Overwegende dat de toewijzing zal gebeuren via een openbare aanbesteding met opbod, met een minimum instelprijs van 500 euro per jaar per locatie zijnde Sint-Idesbald tot Koksijde-bad en Oostduinkerke-bad tot aan Groendijk;
Overwegende dat per locatie maximaal drie personen mogen verkopen op het strand en dat het plaatsen van vaste constructies niet is toegelaten;
Art. 1: Het in bijlage van dit besluit opgenomen lastenboek met de concessievoorwaarden voor het verkopen van Berlijnse bollen op het strand -periode 2026-2028, wordt goedgekeurd.
Art. 2: De minimum concessievergoeding voor de open aanbesteding met opbod wordt vastgesteld op 500 euro per jaar/locatie.
Gelet op art. 2 van het Decreet Lokaal Bestuur: “De gemeenten zijn overeenkomstig artikel 41 van de Grondwet bevoegd voor de aangelegenheden van gemeentelijk belang. Voor de verwezenlijking daarvan kunnen ze alle initiatieven nemen. Ze beogen om bij te dragen aan de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijk gebied”;
Gelet op het meerjarenplan 2026-2031 van het gemeentebestuur Koksijde, met in het bijzonder Prioritair Actieplan: AP-04: 'Klimaat en energie';
Gelet op het feit dat de gemeenteraad in zitting van 20 april 2020 besliste het Burgemeestersconvenant voor Klimaat en Energie (Covenant of Mayors for Climate & Energy) intergemeentelijk te ondertekenen;
Gelet op het Lokaal Energie- en Klimaatpact van de Vlaamse Regering en de Vlaamse steden en gemeenten van 4 juni 2021 aangaande het verbintenissen engagement inzake de algemenen engagementen en de vier werven behoudend 16 specifieke doelstellingen;
Gelet op het feit dat de gemeenteraad in zitting van 30 augustus 2021 besliste het Lokaal Energie- en Klimaatpact met de Vlaamse Regering te ondertekenen;
Overwegende dat binnen het Lokaal Energie- en Klimaatpact vanaf 2023 een jaarlijkse inhoudelijke rapportering met betrekking tot de voorgang moet opgemaakt worden dat na voorleggen aan de gemeenteraad bij Agentschap Binnenlands Bestuur moet ingediend worden;
Overwegende dat hiervoor gebruik gemaakt wordt van het Lokaal Klimaatpactportaal, waar de Vlaamse overheid de monitoring van de doelstellingen bijhoudt;
Overwegende dat de Vlaamse Overheid via het Pactportaal het activiteitenrapport ter beschikking stelt en het financieel rapport als sjabloon aanlevert;
Art. 1. De gemeenteraad neemt kennis van de financiële en activiteitenrapportering 2025 in verband met het Lokaal Energie- en Klimaatpact.
Art. 2. Afschrift van deze beslissing wordt samen met het financiële rapport en activiteitenrapport opgeladen in het digiloket van het Agentschap Binnenlands Bestuur van de Vlaamse overheid.
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en 41, tweede lid, 2°;
Overwegende dat het wenselijk is het privatief gebruik van het openbaar domein/domein met openbaar karakter te reguleren teneinde ondernemerschap te stimuleren en tegelijk de toegankelijkheid, veiligheid en kwaliteit te waarborgen;
Overwegende dat het toepassingsgebied onder meer betrekking heeft op horecaterrassen, reclamevoorwerpen, uitstallingen van koopwaar en kustrijwieltuigen;
Overwegende dat er algemene voorwaarden gelden;
Overwegende dat het reglement onmiddellijk toepassing vindt op nieuwe aanvragen, uitbreidingen en wijzigingen, evenals op situaties waarbij een vergunning wordt ingetrokken of waarin sprake is van een onveilige, slordige of verwaarloosde inrichting;
Overwegende dat elk privatief gebruik van het openbaar domein vergunningsplichtig is en dat deze vergunning verleend wordt door het college van burgemeester en schepenen;
Overwegende dat er een uitzondering is voor 1 reclamevoorwerp en 2 bloembakken waarvoor dus geen vergunning nodig is;
Overwegende dat aanvragen op digitale wijze dienen te worden ingediend;
Overwegende dat terrassen uitsluitend mogen worden aangewend voor de exploitatie van de eigen horecazaak en dat zij ordelijk en verzorgd moet zijn;
Overwegende dat afhankelijk van de ligging en het type terras bijkomende voorwaarden kunnen worden opgelegd inzake materiaalgebruik, kleur, afscherming en vloerafwerking;
Overwegende dat uitstallingen van koopwaar beperkt dienen te blijven in diepte, tegen de gevel moeten worden geplaatst en buiten de openingsuren verwijderd moeten worden;
Overwegende dat kustrijwieltuigen tegen de gevel moeten worden opgesteld en buiten de openingsuren verwijderd moeten worden;
Overwegende dat bij vastgestelde inbreuken in eerste instantie wordt ingezet op overleg en dialoog met de betrokken ondernemer;
Art. 1: Het in bijlage van dit besluit opgenomen reglement inname openbaar domein in functie van horeca- en handelszaken wordt goedgekeurd.
Art. 2: Het besluit van de gemeenteraad van 10 februari 2025 tot goedkeuring van het reglement voor het plaatsen van straatterrassen wordt opgeheven.
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en 41, tweede lid, 2°;
Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 19 januari 2026 tot hervaststelling van het algemeen politiereglement van de gemeente Koksijde;
Overwegende dat het algemeen politiereglement van de gemeente Koksijde werd hervastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 19 januari 2026;
Overwegende dat tijdens voormelde gemeenteraadszitting werd meegedeeld dat afdeling 1-2 van hoofdstuk 6 - privatief gebruik van het openbaar domein/domein met openbaar karakter nog niet werd aangepast aangezien een aantal ingrijpende wijzigingen werden voorbereid;
Overwegende dat deze wijzigingen intussen verwerkt zijn en resulteren in een afzonderlijk reglement, met name het reglement inname openbaar domein in functie van horeca- en handelsactiviteiten;
Overwegend dat bijkomend een nieuw artikel werd toegevoegd, zijnde artikel 6 - aasdelven onder afdeling 2 strandvisserij;
Art. 1: Het in bijlage van dit besluit opgenomen algemeen politiereglement van de gemeente Koksijde wordt hervastgesteld.
Art. 2: Het besluit van de gemeenteraad van 19 januari 2026 inzake het algemeen politiereglement van de gemeente Koksijde wordt opgeheven.
Gelet op de grondwet, in het bijzonder artikelen 41, 162 en 170 §4;
Gelet op het decreet van 30 mei 2008, en latere wijzigingen, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Gelet op het decreet van 4 april 2014, en latere wijzigingen, houdende de uitwisseling van informatie over inname van het openbaar domein in het Vlaamse Gewest, GIPOD-decreet;
Gelet op de Wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten en latere wijzigingen; het Decreet van 24 februari 2017 tot wijziging van artikel 8 en 10 van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten en latere wijzigingen; het Besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017 houdende de wijziging van diverse bepalingen van het koninklijk besluit van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante activiteiten en latere wijzigingen;
Gelet op het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, en latere wijzigingen, in het bijzonder op het artikel 40 §3, artikel 41 14°, artikel 286 §1, artikel 287, artikel 288 en artikel 330;
Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 9 maart 2026 tot hervaststelling van het algemeen politiereglement;
Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 9 maart 2026 tot goedkeuring van het reglement inname openbaar domein in functie van horeca- en handelszaken;
Gelet op de omzendbrief van 15 februari 2019 van de Vlaams minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding houdende coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit;
Overwegende dat door het plaatsen van windschermen, open of gesloten uitneembare of gesloten vaste terrassen, stoelen en tafels, tentoonstellingstanden, , springkasteel of speeltoestel rijwielverhuring, kunstwerken, koopwaar, folderstanden, vlaggen, reclameborden of –blokken of reclamestanden ongeacht de materialen de handelszaken hun commerciële uitbating uitbreiden; dat voor die uitbreiding geen belastingbijdrage geleverd wordt via de opcentiemen onroerende voorheffing, wat wel het geval is voor handel gedreven in onroerende goederen (gebouwen, handelszaken,...); dat het passend is om voor die commerciële inname een belasting te heffen; dat de tarieven rekening houden met de soort en ligging (volgens zones) van de innames op het grondgebied; dat hiervoor een aanvraag moet ingediend worden via een elektronisch portaal (actueel Eaglebe), dat gelinkt is aan GIPOD databank (Generiek Informatie Platform Openbaar Domein);
Overwegende dat het terrasreglement van 9 maart 2026 esthetische kenmerken van de strand- en tegelterrassen in zone 1 Zeedijk en aanpalende pleinen oplegt om de kwaliteit van het openbaar domein en de vergunde ingrepen voor privatief gebruik visueel passend met het toeristisch imago en de aantrekkelijkheid van de gemeente te versterken, dat dit belangrijke investeringen van de exploitanten van deze terrassen vereist om zich daaraan te conformeren; dat in het terrasreglement overgangsbepalingen zijn opgenomen; dat het passend is om de exploitanten die investeringen doen om zich aan te passen aan dit nieuwe beleid en terrasreglement, te stimuleren deze omschakeling onverwijld te realiseren, voorziet het reglement in een tijdelijke gespreide gehele en gedeeltelijke vermindering van het toe te passen belastingtarief; dat deze vermindering enkel toepasselijk is voor de investering wanneer het volledig terras in overeenstemming is met het nieuwe terrasreglement van 9 maart 2026 en uitgevoerd is tegen de datum vermeld in onderhavig reglement;
Overwegende dat ook de ambulante handel buiten de openbare markten of (in concessie gegeven) (avond)markten dienen bij te dragen in de kosten van het gebruik en onderhoud van het openbaar domein;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente;
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen;
Art. 1: Toepassingsgebied
Er wordt vanaf 15 maart 2026 tot en met 31 december 2031 een belasting gevestigd op de
2.1. Definitie
Voor de toepassing van de terrasbelasting wordt verstaan onder:
2.2. Belastingplichtige
De belasting is ten laste van de natuurlijke- of rechtspersoon die uitbater is van het terras en bij ontstentenis aan uitbater ten laste van de eigenaar van het onroerend goed waarbij het terras hoort of heeft gehoord.
Indien er meerdere uitbaters gedurende het aanslagjaar zijn, is de belasting verschuldigd door de uitbater op 1 juli van het aanslagjaar.
2.3. Zones
Voor de toepassing van de belasting wordt het grondgebied van de gemeente ingedeeld in 2 zones:
2.4. Berekeningsgrondslag en tarieven
2.4.1. tarieven in 2026:
| Zone 1-Zeedijk |
Zone 2-buiten de Zeedijk |
| 12,50 euro per m² met een minimum van 750 euro |
10,00 euro per m² met een minimum van 250 euro |
2.4.2. Vanaf 2027 wordt het bedrag van de belasting jaarlijks geïndexeerd met 2,50% ten opzichte van het vorige aanslagjaar.
Het is aangewezen om bij de berekening van de tarieven afrondingsregels toe te passen en de tarieven af te ronden op 1,00 euro.(het meest nabije veelvoud van 1,00 euro)
2.4.3. berekeningsregels
Hoekterrassen gelegen in de 2 zones worden aangerekend aan het bedrag van de hoogste zone.
De belasting is jaarlijks en ondeelbaar ongeacht het tijdstip van het jaar waarop de inname wordt geplaatst.
Elk gedeelte van een m² wordt als een volle m² beschouwd.
2.5. Onvergunde inname
Indien door de gemeentelijke diensten wordt vastgesteld dat er extra inname van het openbaar domein is, waarvoor géén vergunning werd afgeleverd, zal voor deze extra inname ook jaarlijks de belasting verschuldigd zijn.
Het betalen van deze belasting houdt niet in dat de extra inname vergund wordt.
2.6.verminderingen en vrijstellingen
2.6.1. Gehele of gedeeltelijke vrijstelling wordt verleend voor het terrasgedeelte indien het terras buiten de wil van de belastingplichtige EN door werken van openbaar nut geheel of gedeeltelijk niet kan geplaatst en/of geëxploiteerd worden. Deze vrijstelling wordt berekend in functie van:
2.6.2. Gehele vrijstelling wordt verleend voor het terrasgedeelte waarop reeds een Vlaamse retributie ten laste van de exploitant opgelegd wordt ingevolge het Besluit van de Vlaamse Regering
2.6.3. Een halvering van de belasting op het terrasgedeelte is van toepassing voor het terras dat gelegen is binnen de hinderzone van langdurige infrastructuurwerken. Het college zal hiervoor jaarlijks een lijst goedkeuren met de adressen die voor dat bepaalde aanslagjaar in de hinderzone gelegen zijn.
2.6.4. indien het vergunde zand- of tegelterras in zone 1 Zeedijk ten laatste bij het plaatsen ervan voor 1 januari 2030 volledig beantwoordt aan de esthetische kenmerken van het terrasreglement (reglement inname openbaar domein in functie van horeca- en handelszaken) van 9 maart 2026, dan wordt de belasting vanaf het jaar waarin de conformiteit werd vastgesteld, volledig vrijgesteld gedurende twee aanslagjaren en voor de helft voor de eropvolgende twee aanslagjaren vrijgesteld. Deze vrijstellingen vervallen als de conformiteit na 1 januari 2030 wordt vastgesteld.
2.7. Invordering
De belasting wordt door middel van kohieren ingevorderd overeenkomstig het decreet van 30 mei 2008, en latere wijzigingen, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen
Art. 3: Inname van het openbaar domein door alle uitstallingen van koopwaren, reclameborden, (beach)vlaggen, folderhouders, kunstwerken, (kust)rijwielverhuring, , springkastelen of speeltoestellen en elke andere bezetting
3.1. Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de gebruiker van het openbaar domein.
3.2. Zones:
Voor de toepassing van de belasting wordt het grondgebied van de gemeente ingedeeld in 2 zones:
3.3. Berekeningsgrondslag en tarieven
| Belastingtarief aanslagjaar 2026 |
plaatsen van een kunstwerk of folderhouder of publibord of (beach)flag of bloembak of fietsrek of afvalbak in welke vorm dan ook en gelijkaardige publicitaire zaken |
plaatsen van koopwaar, rijwielverhuring, springkasteel, speeltoestel en elke andere bezetting dan deze per stuk |
| Zone 1-Zeedijk |
50 euro per stuk |
12,50 euro per m² met een minimum van 100 euro |
| Zone 2-buiten de Zeedijk |
50 euro per stuk |
10,00 euro per m² met een minimum van 100 euro |
Vanaf 2027 wordt het bedrag van de belasting jaarlijks geïndexeerd met 2,50% ten opzichte van het vorige aanslagjaar.
Het is aangewezen om bij de berekening van de tarieven afrondingsregels toe te passen en de tarieven af te ronden op 1,00 euro.(het meest nabije veelvoud van 1,00 euro)
De belasting is jaarlijks en ondeelbaar ongeacht het tijdstip van het jaar waarop de inname wordt gedaan.
Elk gedeelte van een m² wordt als een volle m² beschouwd.
3.4. Vrijstellingen
3.4.1. Kunstwerken geplaatst voor activiteiten die op cultureel, sportief of toeristisch gebied bijzonder belangrijk zijn en hetzij door, hetzij in opdracht of met medewerking van de gemeente worden geplaatst.
3.4.2. Het plaatsen van windschermen, uitstallingen van koopwaren en zomerartikelen waarvoor de gemeente een concessievergunning heeft verleend : kermissen, markten, rommelmarkten, avondmarkten.
3.4.3. de belasting uit art.3.3. is niet van toepassing voor het plaatsen van maximaal twee bloembakken en één reclamevoorwerp voor dezelfde handels- of horecazaak.
3.4.4. Gehele of gedeeltelijke vrijstelling van inname voor koopwaar, kustrijwielverhuring of elk andere bezetting dan deze per stuk, wordt verleend voor het gedeelte indien de inname buiten de wil van de belastingplichtige EN door werken van openbaar nut geheel of gedeeltelijk niet kan geplaatst en/of geëxploiteerd worden. Deze vrijstelling wordt berekend in functie van:
a. het gedeelte van de toegelaten inname dat niet kan worden geplaatst en/of geëxploiteerd, indien dit gedeelte minstens 25 % bedraagt;
b. de duur van de onmogelijkheid tot opstelling en/of exploitatie, waarbij voor elke ononderbroken periode van dertig dagen één twaalfde van de belasting betreffende de inname wordt vrijgesteld, rekening houdend met de voorwaarde bepaald onder a.
3.4.5. Een halvering van de belasting op het gedeelte van de inname is van toepassing voor de inname voor koopwaar, kustrijwielverhuring of elk andere bezetting dan deze per stuk die gelegen is binnen de hinderzone van langdurige infrastructuurwerken. Het college zal hiervoor jaarlijks een lijst goedkeuren met de adressen die voor dat bepaalde aanslagjaar in de hinderzone gelegen zijn.
3.4.6. Deze belasting is niet van toepassing op plaatsing van één of meer springkastelen, speeltoestellen of andere bezetting die via een betalende concessie zijn toegekend.
3.5. Onvergunde inname
Indien door de gemeentelijke diensten wordt vastgesteld dat er extra inname van het openbaar domein is, waarvoor géén vergunning werd afgeleverd, zal voor deze extra inname ook jaarlijks de belasting verschuldigd zijn.
Het betalen van deze belasting houdt niet in dat de extra inname vergund wordt.
3.6. Invordering
De belasting wordt door middel van kohieren ingevorderd overeenkomstig het decreet van 30 mei 2008, en latere wijzigingen, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.
Art. 4: ambulante handel op openbaar domein buiten gemeentelijke openbare markten en bij domeinconcessie toegekende (avond)markten
4.1. belastbaar feit
De belasting wordt geheven voor ambulante activiteiten op de openbare weg buiten de gemeentelijke openbare markten of bij domeinconcessie toegekende (avond)markten. Ook ambulante handel met foodtrucks wordt hieronder belast.
4.2. belastingplichtige
Wie op de openbare weg verkoopt, moet hiertoe vooraf de toelating vragen aan het gemeentebestuur met vermelding van het vervoermiddel dat hij/zij zal gebruiken en van de tijdspanne waarin hij/zij ambulante handel zal drijven.
De toelating is persoonlijk en niet overdraagbaar van de ambulante handelaar aan derden. Het moet op elk verzoek van de politie of van de bevoegde gemeentemedewerkers vertoond worden.
De aanvrager van de toelating is de belastingplichtige.
4.3. Berekeningsgrondslag en tarieven
Tarieven voor 2026
Vanaf 2027 wordt het bedrag van de belasting jaarlijks geïndexeerd met 2,50% ten opzichte van het vorige aanslagjaar.
Het is aangewezen om bij de berekening van de tarieven afrondingsregels toe te passen en de tarieven af te ronden op 1,00 euro.(het meest nabije veelvoud van 1,00 euro)
4.4. invordering
De belasting moet bij de aanvraag tot toelating worden zonder uitstel betaald. Indien de belasting niet betaald wordt, wordt zij ingevorderd krachtens het Decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.
4.5. vrijstelling
Ambulante handel (o.a. door middel van foodtrucks) in kader van activiteiten die op toeristisch gebied belangrijk zijn en hetzij door, hetzij in opdracht of met medewerking van het gemeentebestuur van Koksijde worden geplaatst.
Gelet op artikel 41, 162 en 173 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994;
Gelet op artikel 40, §3, en 41, tweede lid, 14°, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;
Gelet op artikel 16.1.2, 2°, en 16.6.3, §2, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM);
Gelet op artikel 12 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet);
Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA);
Overwegende dat de gemeente een openbare dienstverlening nastreeft; daarnaast brengen technische prestaties een aanzienlijke tijds- en kosteninspanning met zich mee bij specifieke en individuele prestaties die enkel ten behoeve van een retributieplichtige worden verricht; aangezien deze prestaties een rechtstreeks individueel voordeel opleveren, is het billijk dat de kosten ervan worden doorgerekend;
Overwegende dat dit reglement ook de kosten aanrekent wanneer de retributieplichtige ondanks aangetekende ingebrekestelling vooraf om goederen weg te nemen en ondanks de nodige tijd wordt gegeven, hier niet op ingaat; dat dan kan verondersteld worden dat deze akkoord gaat met de wegname op zijn kosten door de gemeente; dat op deze wijze deze kosten kunnen gerecupereerd worden en niet afgewenteld worden op de gemeenschap of op anderen die wel zelf de nodige actie en kosten hebben gedragen;
Overwegende dat het tijdelijk stockeren van de weggehaalde goederen een kostprijs mee brengt en dat deze ten laste is van de eigenaar ervan die zijn kosten anders afwentelt op de gemeenschap;
Overwegende dat voor de efficiënte werking van de diensten een kostprijs van ingezet personeel wordt aangerekend per begonnen uur; dat om dezelfde reden een redelijke prijs voor gebruik van materiaal en een kostprijs per kilometer voor inzet van een gemotoriseerd vervoermiddel wordt aangerekend rekening houdend met de omvang van de sluikstorting; dat indien de sluikstorting de inzet van een externe firma vereist en/of de afvoer naar een gespecialiseerde verwerkingsfirma, dan zijn die kosten volledig ten laste van de veroorzaker;
Overwegende dat de gemeente en haar burgers worden regelmatig geconfronteerd met afvalstoffen die worden achtergelaten op niet-reglementaire wijze; dat het noodzakelijk is dat sluikstort zo vlug mogelijk verwijderd wordt, omdat dit past in een algemeen streven naar een nette en leefbare gemeente; dat het verwijderen en verwerken van deze achtergelaten afvalstoffen extra inspanningen vergt van de gemeentelijke diensten en/of het inzetten van een externe firma en gaat gepaard met extra kosten voor de gemeente
Overwegende dat de kosten worden berekend en verhaald op de veroorzaker ervan tegen een louter kostendekkend tarief;
Overwegende financiële toestand van de gemeente;
Art. 1: Doel
Met ingang vanaf 15 maart 2026 wordt een retributie gevestigd op technische prestaties voor :
Art. 2.: Retributieplichtige
De retributie is verschuldigd door elke natuurlijke- of rechtspersoon die
Art. 3.: Tarieven
§1. Volgende tarieven zijn van toepassing :
| uurloon personeelsleden verhoging uurloon: |
|
| gebruikte materialen en huren materialen of voertuigen bij private ondernemingen |
aan kostprijs |
| bulldozer |
125 euro per uuur |
| personenwagen, lichte vracht of camionette met laadbak |
70 euro per uur |
| vorklift |
60 euro per uur |
| vrachtwagen met laadvermogen >3,5T, tractor, vuilniswagen |
125 euro per uur |
| containervrachtwagen |
150 euro per uur |
| veegmachine |
125 euro per uur |
| wiellader |
115 euro per uur |
| kleine wiellader |
100 euro per uur |
| manitoe (verreiker) |
100 euro per uur |
| stockeren en afhalen strandcabine of terras bij de opslagplaats technische dienst Indien de wegname niet gebeurt binnen de twee maand, wordt het bedrag per begonnen maand verhoogd met |
250 euro
100 euro |
| stockage van divers materiaal (stoelen, tafels, koopwaar, andere roerende goederen...) |
20 euro per vierkante meter |
| gebruik van nadars (in kader van openbare veiligheid) |
betalend vanaf 7e dag: |
Bijkomende tarieven voor het weghalen en verwijderen van afvalstoffen gestort of achtergelaten op niet-reglementaire plaatsen of tijdstippen of in niet-reglementaire recipiënten:
| verwerken afvalstoffen |
de kostprijs van de verwerking van de afgevoerde materialen, op basis van de factuur van de firma die instaat voor de verwerking ervan met inbegrip van de BTW |
| opruiming door een gespecialiseerde firma |
de kostprijs van de opruiming, op basis van de factuur van de firma die instaat voor de verwerking ervan met inbegrip van de BTW |
§2. Voor elk gebruik of geleverde prestatie zal minimum één uur worden aangerekend. Elk begonnen uur telt voor een volledig uur.
§3. Elke begonnen m² wordt als een volle m² beschouwd.
§4. De tarieven worden aangepast:
Het tarief wordt jaarlijks op 1 januari geïndexeerd volgens de schommelingen van spilindex van de overheidswedden. Deze aanpassing gebeurt door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door de spilindex van toepassing in de maand november van het jaar voorafgaand aan het retributiejaar te delen door de spilindex van toepassing voor de maand november van het jaar 2025.
2. de andere tarieven volgens de schommelingen van het indexcijfer van de gezondheidsindex van november 2025.
Het tarief wordt jaarlijks op 1 januari geïndexeerd volgens de schommelingen van het indexcijfer van de gezondheidsindex. Deze aanpassing gebeurt door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het gezondheidsindexcijfer van de maand november van het jaar voorafgaand aan het retributiejaar te delen door het gezondheidsindexcijfer van de maand november van het jaar 2025.
§5. Indien de gemeente zelf niet de technische prestaties zoals vermeld in artikel 1 kan verrichten, zal dit door de aangestelde aannemers werkzaam voor de gemeente uitgevoerd worden tegen de eenheidsprijzen voorzien in de desbetreffende aanbestedingen.
§6. Indien gestockeerd materiaal, binnen de 3 maanden vanaf datum van stockage, niet wordt opgehaald bij de Technisch Uitvoerende Dienst, gaat het gemeentebestuur ervan uit dat er afstand wordt gedaan van het materiaal. De retributie voor het ophalen, stockeren en verwijderen van het materiaal blijft wel verschuldigd.
§7. Voor alle niet voorziene gevallen mag het college van burgemeester en schepen het tarief bepalen.
Art. 4: De retributie moet voor de afgifte van de bewaarde en gestockeerde materialen contant (elektronisch of in cash) worden betaald (in cash tegen afgifte van een ontvangstbewijs) op de financiële dienst.
Art. 5: Zolang de retributie niet betaald is, heeft de gemeente retentierecht.
Art. 6: Invorderingsprocedure en eventuele betwisting van de schuldvordering.
§1. De schuldvorderingen moeten betaald worden ten laatste op de vervaldag vermeld op de factuur/kostennota.
§2. De gebruiker van de dienst waarvoor de retributie wordt geheven, die niet akkoord gaat met de toegestuurde schuldvordering beschikt over een termijn van vijftien kalenderdagen, volgend op de datum van verzending van de schuldvordering/factuur/kostennota, om zijn niet-akkoord met de toegestuurde schuldvordering schriftelijk en gemotiveerd in te dienen bij het college van burgemeester en schepenen, dat erover beslist rekening houdend met dit reglement.
Indien de gebruiker van de dienst waarvoor de retributie wordt geheven, geen beroep instelt bij het schepencollege, dan wordt de schuldvordering als onbetwist en opeisbaar beschouwd in de zin van artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
§3. Vervolg van de procedure tot de volledige betaling van de retributie en eventuele administratiekosten:
Er worden maximaal twee niet aangetekende maningen verstuurd. Deze zijn te voldoen binnen de zeven kalenderdagen volgend op de verzending ervan.
Voorafgaand aan de gedwongen procedure via dwangbevel, wordt één aangetekende aanmaning verstuurd. Deze is te voldoen binnen de zeven kalenderdagen volgend op de verzending ervan.
§4. Bij gebreke aan minnelijke betaling, wordt een dwangbevel overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur opgemaakt door de gemeentelijke financieel directeur. Het dossier wordt overgemaakt aan een gerechtsdeurwaarder. De gerechtsdeurwaarder zet de invordering minnelijk en indien nodig gerechtelijk verder.
De kosten, rechten en uitschotten blootgesteld in alle fasen van de invordering worden berekend overeenkomstig het koninklijk besluit van 30 november 1976 dat het tarief vastlegt van de akten verricht door de gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken en van sommige toelagen.
§5. Er worden invorderingskosten aangerekend overeenkomstig het besluit van de gemeenteraad van 9 maart 2026 tot goedkeuren retributie debiteurenbeheer - invorderingskosten.
Alle invorderingskosten zijn integraal verschuldigd door de in gebreke blijvende schuldenaar van de retributie.
§6. In geval van betaling wordt de ontvangen som eerst aangerekend op de invorderings- en administratiekosten en vervolgens op de openstaande som van de schuldvordering/retributie.
Art. 7 : Algemene bepalingen
§1. Huidig reglement treedt in werking op 15 maart 2026.
§2. Dit reglement vervangt vanaf deze datum alle andere reglementen die dezelfde zaken regelen.
§3. Dit reglement is niet van toepassing voor de voorwerpen waarvoor het door de gemeenteraad op 4 september 2023 goedgekeurde retributiereglement gevonden voorwerpen van toepassing is.
Gelet op de gecoördineerde Grondwet verleent bij artikels 41, 162/2e, 170/paragraaf 4 en 173 aan de gemeenten fiscale autonomie
Gelet op artikel 11 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Gelet op artikel 298 § 2 WIB '92 en art. 147 KB WIB '92.
Gelet op de wet van 13 april 2019 van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.
Gelet op artikel 40, § 3 van het decreet over het lokaal bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor de gemeentelijke belastingen en retributies.
Gelet op artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur.
Overwegende dat doel van dit reglement is via retributie de meerkosten te laten vergoeden voor de invordering van schulden wanneer de debiteur duidelijk onwillig of nalatig is. Het is evident dat de debiteur zelf de gevolgen draagt van zijn eigen handelen of het gebrek daaraan; dat er enerzijds de administratieve meerkost is zoals bijvoorbeeld papier, verzendingskosten, inschrijvingen,... en anderzijds de extra personeelskost voor de opzoekingen, opmaak documenten, opvragen attesten, samenstellen adviezen,...
Overwegende dat afhankelijk van de toegepaste procedure meer complexe, tijdrovende en arbeidsintensieve handelingen door de administratie uitgevoerd worden;
Overwegende dat de reële kosten van de gerechtsdeurwaarders en andere administraties op grond van de wettelijk voorziene principes worden doorgerekend aan de wanbetaler;
Overwegende dat de retributie tarieven voorziet die in verhouding staan tot de complexiteit van de te voeren procedures;
Afdeling I – Algemene bepalingen
Art. 1: Vanaf 15 maart 2026 wordt een retributie geheven voor de invorderingskosten van zowel fiscale als niet-fiscale vorderingen.
De in dit reglement bepaalde retributies zijn de vermijdbare meerkosten die worden gemaakt door de gemeente die zijn veroorzaakt door de wanbetaler. Het principe is dan ook dat de wanbetaler betaalt.
De tarieven in dit reglement zijn exclusief btw en volgen de bepalingen van de geldende btw-regelgeving.
Afdeling II – Retributies voor een aangetekende en voor een niet- aangetekende aanmaning en voor een aanmaning na niet-naleving van een afbetalingsplan
Art. 2: maningskosten
In alle gevallen van niet-betaling binnen de termijn zoals voorzien in de eerste uitnodiging tot betaling (factuur/aanslagbiljet/boete,…), zal een eerste kosteloze aanmaning worden verzonden.
Indien de debiteur niet betaalt binnen de termijn voorzien in de eerste kosteloze aanmaning, wordt een retributie van € 5,00 aangerekend voor de verzending van een volgende niet aangetekende aanmaning of van € 15,00 euro voor de verzending van een aangetekende aanmaning.
Er wordt een retributie van € 5,00 aangerekend voor de verzending van een niet aangetekende aanmaning of van € 15,00 euro voor de verzending van een aangetekende aanmaning, in het geval een afbetalingsplan niet wordt nageleefd.
Alle vorderingen waarop het boek XIX van het Wetboek Economisch Recht (hierna ‘WER’): Schulden van de consument (en alle latere wijzingen van deze wet) van toepassing zou zijn, zullen op de door de wet bepaalde wijze worden ingevorderd. Ingeval er een discrepantie is tussen de werkelijke invordering en de wet, zal de invordering steeds worden aanzien als in overeenstemming met de wet, zonder dat de vordering als nietig of ongeldig kan worden aanzien.
Afdeling III – Retributie voor de grensoverschrijdende invordering
Art. 3: Voor de grensoverschrijdende invordering waarvoor de gemeente geen beroep doet op een gerechtsdeurwaarder, maar wel op een derde-incassopartner, komt het bedrag van de retributie overeen met de incasso- en administratiekosten die de derde hiervoor aan de gemeente doorrekent, vermeerderd met € 75,00. De retributie is verschuldigd van zodra het dossier aan deze derde wordt overgemaakt.
Afdeling IV - Retributies voor gedwongen uitvoering
Art. 4: opmaak dwangschrift/dwangbevel en/of doorgave aan de gerechtsdeurwaarder
Wanneer de debiteur niet overgaat tot betaling van de volledige schuld, kosten en interesten inbegrepen, kan de financieel directeur overgaan tot opmaak van een dwangschrift/dwangbevel en/of doorgeven aan de gerechtsdeurwaarder.
Art. 5: procedures tot gedwongen uitvoering en invordering
Indien de debiteur in gebreke blijft, kan de financieel directeur verdere stappen nemen in gedwongen uitvoering en invordering. Hiervoor worden specifieke retributies aangerekend aan de debiteur bovenop de eventuele gerechtskosten, gerechtsdeurwaarderskosten en reële kosten.
1° fiscaal vereenvoudigd derdenbeslag: € 75,00 (aanzegging, derdenbeslag en inschrijving in het Centraal Bestand van Berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest)
2° hypothecaire inschrijving/doorhaling: € 75,00 per inschrijving van een hypotheek vermeerderd met de effectief betaalde kost aan het Kantoor Rechtszekerheid (inschrijving + doorhaling)
3° uitvoerend beslag op onroerend goed:
Dit betreft telkens de administratieve en juridische procedurevoorbereiding en wordt berekend per onroerend goed per procedure:
aanstelling notaris bij de rechtbank
4° procedure uitonverdeeldheidtreding: In het geval een onroerend goed toebehoort aan verschillende eigenaren en/of debiteuren wordt een procedure gevoerd om uit de onverdeeldheid te geraken: € 2.000,00 per onroerend goed vanaf betekening dagvaarding.
5° procedure tot aanstelling van een curator over een onbeheerde nalatenschap: € 1.500,00 vanaf neerlegging verzoekschrift bij de rechtbank.
Afdeling V – Wijze van toerekening van ontvangen betalingen/afbetalingen.
Art. 6: De door de debiteur betaalde bedragen worden eerst toegerekend aan de uitgestalde kosten van de externe partijen (gerechtsdeurwaarder, incassobureau), vervolgens op de kosten van de invordering volgens dit reglement, op de toepasselijke interesten en tenslotte op de verschuldigde hoofdsom.
Gelet op de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties van 24 juni 2013, art. 3, 3°;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40, §3;
Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg en latere wijzigingen;
Gelet op het koninklijk besluit van 14 januari 2026 tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen, voortaan het koninklijk besluit betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties genoemd;
Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 12 december 2018 inzake het politiereglement betreffende stilstaan en parkeren;
Gelet op het protocolakkoord betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor gemengde inbreuken tussen de procureur des Konings van het gerechtelijk arrondissement West-Vlaanderen en gemeente Koksijde van 29 april 2024;
Overwegende het koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen;
Overwegende het besluit van de gemeenteraad van 12 december 2018 tot goedkeuring van het politiereglement betreffende stilstaan en parkeren gebaseerd op voormeld koninklijk besluit;
Overwegende dat dergelijke overtredingen enkel via GAS4 kunnen worden gesanctioneerd indien zij zijn opgenomen in een gemeentelijk politiereglement betreffende stilstaan en parkeren en mits het afsluiten van een protocolakkoord tussen de gemeente en het parket;
Overwegende dat het koninklijk besluit van 9 maart 2014 werd gewijzigd bij koninklijk besluit van 14 januari 2026, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 23 januari 2026 en in werking tredend op 1 maart 2026;
Overwegende dat het bijgevolg noodzakelijk is het gemeentelijk politiereglement betreffende stilstaan en parkeren aan te passen om in overeenstemming te zijn met deze gewijzigde regelgeving;
Overwegende dat de titel van het koninklijk besluit werd aangepast en voortaan luidt: 'Koninklijk Besluit betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties".
Overwegende dat het koninklijk besluit in overeenstemming werd gebracht met diverse wijzigingen uit de Wegcode;
Overwegende dat het koninklijk besluit werd afgestemd op de sinds 2024 geldende wetgeving inzake gemeentelijke administratieve sancties, waardoor onder meer overtredingen op het verkeersbord F111, met uitzondering van snelheidsovertredingen, kunnen worden gesanctioneerd via GAS en de vaststelling van overtredingen op de borden C3 en F103 niet langer beperkt is via automatisch werkende toestellen.
Art. 1: Het in bijlage van dit besluit opgenomen politiereglement betreffende stilstaan en parkeren van de gemeente Koksijde wordt hervastgesteld.
Art. 2: Het besluit van de gemeenteraad van 12 december 2018 tot hervaststellen van politiereglement betreffende stilstaan en parkeren (GAS4) wordt opgeheven.
Gelet op de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties;
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40 §3 en 41, tweede lid, 2°;
Gelet op het koninklijk besluit van 14 januari 2026 tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen, voortaan het koninklijk besluit betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties genoemd;
Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 21 oktober 2020 tot aanstelling van de sanctionerend ambtenaar, belast met het opleggen van de administratieve sancties;
Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 29 april 2024 tot goedkeuring van het protocolakkoord betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de gemengde inbreuken;
Overwegende dat in het reglement betreffende de gemeentelijke sancties het toepassingsgebied niet up-to-date is;
Overwegende dat het nieuwe reglement inname openbaar domein in functie van horeca- en handelszaken expliciet opgenomen wordt binnen het toepassingsgebied van het reglement betreffende de gemeentelijke administratieve sancties;
Overwegende dat het dus aangewezen is om artikel 3 te actualiseren zodat het reglement betreffende de gemeentelijke administratieve sancties van toepassing is op alle bepalingen van de politiereglementen en - verordeningen van de gemeente Koksijde die aanleiding kunnen geven tot het opleggen van een gemeentelijke administratieve sanctie;
Overwegende dat een duidelijke en actuele omschrijving van het toepassingsgebied noodzakelijk is in het kader van rechtszekerheid en correcte handhaving.
Art. 1: Het in bijlage van dit besluit opgenomen reglement betreffende de gemeentelijke administratieve sancties wordt hervastgesteld.
Art. 2: Het besluit van de gemeenteraad betreffende de gemeentelijke administratieve sancties van 20 januari 2025 wordt opgeheven.
Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968;
Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
Gelet op het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald;
Gelet op het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens;
Gelet op het uitvoeringsbesluit van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens;
Gelet op de omzendbrief MOB/2009/1 van 3 april 2009;
Gelet op het aanvullend politiereglement betreffende de afbakening zone 'verkeer verboden in beide richtingen met uitzondering van plaatselijk verkeer en bromfietsen klasse A' goedgekeurd door de gemeenteraad op 4 september 2023;
Gelet op het decreet over lokaal bestuur van 22 december 2017, art. 40, §3 en art. 286;
Overwegende dat het aanvullend reglement enkel gemeentewegen betreft;
Overwegende dat de zone voor plaatselijk verkeer in de omgeving van Conterdijk overbodig is doordat o.a. de Conterdijk onder het statuut fietszone valt;
Art. 1: Het aanvullend politiereglement van 4 september 2023 m.b.t. afbakening zone verkeer verboden in beide richtingen met uitzondering van plaatselijk verkeer en bromfietsen klasse A wordt opgeheven.
Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968;
Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
Gelet op het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald;
Gelet op het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens;
Gelet op het uitvoeringsbesluit van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens;
Gelet op de omzendbrief MOB/2009/1 van 3 april 2009;
Gelet op het decreet over lokaal bestuur van 22 december 2017, art. 40, §3 en art. 286;
Gelet op het positief advies van de verkeerscommissie van 26 februari 2026;
Overwegende dat het aanvullend reglement enkel gemeentewegen betreft.
Overwegende dat in het najaar van 2025 werd beslist dat de Burgweg en de Langeleedstraat niet langer onder de fietszone vallen;
Overwegende dat, indien geen bijkomende snelheidsmaatregelen worden ingevoerd, de wettelijke maximale snelheid 70 km/u bedraagt;
Overwegende dat een maximale snelheid van 70 km/u niet wenselijk is gelet op de aanwezigheid van onder meer fietsverkeer en landbouwverkeer;
Overwegende dat het aangewezen is het gebied van de vroegere fietszone op te nemen in een zone waar een maximale snelheid van 50 km/u geldt.
Art. 1: In de deelgemeente Oostduinkerke worden de grenzen van de zone max 50 km/h als volgt vastgelegd:
Deze maatregel wordt ter kennis gebracht bij middel van de zoneborden ZC43 en ZC43/.
In bijlage wordt de zone max 50 km/h aangeduid op plan.
Art. 2: In de deelgemeente Wulpen worden de grenzen van de zone max 50 km/h als volgt vastgelegd:
Deze maatregel wordt ter kennis gebracht bij middel van de zoneborden ZC43 en ZC43/.
Art. 3: In de deelgemeente Koksijde worden de grenzen van de zone max 50 km/h als volgt vastgelegd:
Art. 3: Volgende aanvullende reglementen worden opgeheven: 14 november 2022 betreffende de zone max. snelheid 50 km/h.
Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968;
Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
Gelet op het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald;
Gelet op het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens;
Gelet op het uitvoeringsbesluit van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens;
Gelet op de omzendbrief MOB/2009/1 van 3 april 2009;
Gelet op het decreet over lokaal bestuur van 22 december 2017, art. 40, §3 en art. 286;
Gelet op het positief advies van de verkeerscommissie van 26 februari 2026;
Gelet op het aanvullend politiereglement van de Burgweg van 30 augustus 2021
Overwegende dat het aanvullend reglement enkel gemeentewegen betreft.
Overwegende dat in het najaar van 2025 werd beslist dat de Burgweg niet langer een fietszone is;
Overwegende dat ten gevolge van deze beslissing bijkomende verkeersmaatregelen in de Burgweg noodzakelijk zijn;
Overwegende dat het aangewezen is paaltjes te plaatsen ter hoogte van Burgweg nr. 12a;
Overwegende dat het aangewezen is een snelheidsbeperking van 50 km/u in te voeren;
Overwegende dat het aangewezen is éénrichtingsverkeer in te voeren tussen huisnummer 12a en 14.
Art. 1: Op de Burgweg van huisnummer 12A tot huisnummer 12 in de richting van Wulpen geldt
Op de Burgweg tussen huisnummer 12A en 14: verboden rijrichting voor iedere bestuurder; de maatregel geldt niet voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen klasse A en B.
In de tegenovergestelde richting geldt: toegelaten rijrichting op de openbare weg met eenrichtingsverkeer; fietsers en tweewielige bromfietsen klasse A mogen in beide richtingen rijden.
Dit wordt gesignaleerd door:
Art. 2: Volgende aanvullende reglementen worden opgeheven: 30 augustus 2021 betreffende de Burgweg.
Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968;
Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
Gelet op het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald;
Gelet op het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens;
Gelet op het uitvoeringsbesluit van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens;
Gelet op de omzendbrief MOB/2009/1 van 3 april 2009;
Gelet op het decreet over lokaal bestuur van 22 december 2017, art. 40, §3 en art. 286;
Gelet op het positief advies van de verkeerscommissie van 26 februari 2026;
Overwegende dat in het najaar van 2025 werd beslist dat de Langeleedstraat niet langer een fietszone is;
Overwegende dat ten gevolge van deze beslissing bijkomende verkeersmaatregelen in de Langeleedstraat noodzakelijk zijn;
Overwegende dat het aangewezen is een snelheidsbeperking van 50 km/u in te voeren, waarbij deze snelheidsbeperking wordt opgenomen in het aanvullend politiereglement met betrekking tot de zone 50;
Overwegende dat de tonnagebeperking van 15 ton wordt opgeheven, aangezien in de Langeleedstraat enkel plaatselijk verkeer voorkomt en de tonnagebeperking daardoor overbodig wordt.
Art. 1: Stilstaan en parkeerverbod, overeenkomstig art.70.2.1.1° van het Algemeen Reglement op de Politie van het Wegverkeer:
De maatregel wordt ter kennis gebracht bij middel van het bord E3, Xa en Xb.
Art. 2: Volgende aanvullende reglementen worden opgeheven: 4 september 2023 betreffende de Langeleedstraat
Gelet op het decreet over lokaal bestuur van 22 december 2017, art. 40, §3;
Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968;
Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
Gelet op het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald;
Gelet op het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens;
Gelet op het uitvoeringsbesluit van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens;
Gelet op de omzendbrief MOB/2009/1 van 3 april 2009;
Gelet op het positief advies van de verkeerscommissie van 26 februari 2026;
Overwegende dat in het najaar van 2025 werd beslist dat de Hof ter Hillestraat niet langer een fietszone is;
Overwegende dat ten gevolge van deze beslissing bijkomende verkeersmaatregelen in de Hof ter Hillestraat noodzakelijk zijn;
Overwegende dat het aangewezen is een snelheidsbeperking van 30 km/u in te voeren tussen Golf ter Hille en de Conterdijk;
Overwegende dat de tonnagebeperking van 15 ton wordt opgeheven, aangezien in de Hof ter Hillestraat enkel plaatselijk verkeer voorkomt en de tonnagebeperking daardoor overbodig wordt.
Art. 1: In de Hof ter Hillestraat tussen huisnummer 2 en de Conterdijk geldt een maximale snelheid van 30 km/h
De maatregel wordt ter kennis gebracht bij middel van het bord C43 '30'.
Art.2: Volgende aanvullende reglementen worden opgeheven: 17 februari 2009 betreffende de Hof ter Hillestraat
Gelet op het decreet over lokaal bestuur van 22 december 2017, art. 40, §3;
Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968;
Gelet op het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
Gelet op het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald;
Gelet op het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens;
Gelet op het uitvoeringsbesluit van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens;
Gelet op de omzendbrief MOB/2009/1 van 3 april 2009;
Gelet op het positief advies van de verkeerscommissie van 26 februari 2026;
Overwegende dat het aanvullend reglement enkel gemeentewegen betreft
Overwegende dat de
Art. 1. In de deelgemeente Oostduinkerke worden de grenzen van de zone max 30 km/h als volgt vastgelegd:
Deze maatregel wordt ter kennis gebracht bij middel van de zoneborden F4a en F4b.
Art. 2: In de deelgemeente Koksijde worden de grenzen van de zone max 30 km/h als volgt vastgelegd:
Deze maatregel wordt ter kennis gebracht bij middel van de zoneborden F4a en F4b
Art. 3. In de deelgemeente Oostduinkerke, wijk Groenendijk worden de grenzen van de zone max 30 km/h als volgt vastgelegd:
Deze maatregel wordt ter kennis gebracht bij middel van de zoneborden F4a en F4b.
Art. 4. In de deelgemeente Koksijde worden de grenzen van de zone max 30 km/h rond de Zeelaan als volgt vastgelegd:
Deze maatregel wordt ter kennis gebracht bij middel van de zoneborden F4a en F4b.
Art. 5: In de deelgemeente Wulpen (omgeving Dorpsplaats) worden de grenzen van de zone max 30 km/h als volgt vastgelegd:
Art. 6. Volgende aanvullende reglementen worden opgeheven: 13 oktober 2025 betreffende de zone 30
Gelet op het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, de artikelen 40, 41, 388 tot en met 395;
Gelet op het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de artikelen 125bis tot en met 125quaterdecies, zoals gewijzigd door het decreet van 5 april 2019 betreffende het onderwijs XXIX;
Gelet op de omzendbrief BaO/2005/11 van 30 juni 2005 betreffende scholengemeenschappen basisonderwijs;
Gelet op het gemeenteraadsbesluit van 18 mei 2020 betreffende de verlenging van de scholengemeenschap Strand & Polder tot 31 augustus 2026;
Overwegende dat een schoolbestuur in het kader van de organisatie van zijn basisonderwijs een scholengemeenschap kan vormen met onderwijsinstellingen van andere schoolbesturen,
Overwegende dat een scholengemeenschap zowel kleuter- als lager onderwijs moet bevatten, op de eerste schooldag van februari 2026 minstens 900 gewogen leerlingen moet tellen en zich hoogstens over vijf aangrenzende onderwijszones mag uitstrekken,
Overwegende dat de huidige scholengemeenschap Strand & Polder onder de vorm van een interlokale vereniging werd opgericht,
Overwegende dat er nog onderhandeld moet worden over de inhoud van de samenwerkingsovereenkomst waarin de interlokale vereniging haar werking vastlegt;
Overwegende de noodzaak om de samenwerkingsovereenkomst voor de werking vanaf 1 september 2026 aan te passen;
Overwegende dat alle deelnemers de samenwerking wensen te verlengen voor een periode van zes schooljaren, zoals afgesproken in de vergadering van het beheerscomité van de scholengemeenschap van 12 januari 2026;
Art. 1: Schoolbestuur Koksijde gaat principieel akkoord met de verlenging van de scholengemeenschap Strand & Polder als interlokale vereniging zonder beheersoverdracht en dit voor de periode van 1 september 2026 tot en met 31 augustus 2032.
Art. 2: De gemeenteraad mandateert het college van burgemeester en schepenen om over de inhoud van de overeenkomst te onderhandelen met de andere schoolbesturen aangesloten bij de scholengemeenschap Strand & Polder.
Art. 3: De aangepaste samenwerkingsovereenkomst Strand & Polder wordt ter goedkeuring geagendeerd op een eerstvolgende gemeenteraad.
Art. 4: Deze beslissing wordt overgemaakt aan het secretariaat van de scholengemeenschap en aan de betrokken gemeente- en stadsbesturen die samen de scholengemeenschap Strand & Polder vormen.
Gelet op decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, art. 41, °13
Gelet op het decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten van 3 mei 2019;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering houdende het lokaal beleid kinderopvang;
Overwegende dat de statuten en huishoudelijk reglement van het Lokaal Overleg Kinderopvang opnieuw vastgelegd en goedgekeurd moet worden in de huidige legislatuur.
Art.1: De in bijlage van dit besluit opgenomen statuten van het Lokaal Overleg Kinderopvang (LOK) wordt goedgekeurd.
Art.2: Het in bijlage van dit besluit opgenomen huishoudelijk reglement van het Lokaal Overleg Kinderopvang (LOK) wordt goedgekeurd.
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, art. 56, §1; art. 41, °2; art. 389; en art. 401-412;
Gelet op het bovenlokaal cultuurdecreet van 15 juni 2018;
Gelet op het regiodecreet van 3 februari 2023;
Gelet op het bovenlokaal cultuurdecreet van 8 maart 2024;
Overwegende dat de Raad van Bestuur van Viertoren op 4 maart 2025 de Viertoren-coördinator het mandaat gaf om een cultuurnota voor te bereiden voor de verderzetting in beleidsperiode 2027-2032, met behoud van hetzelfde werkingsgebied;
Overwegende het principieel akkoord van 19 januari 2026 voor de verderzetting van Viertoren en de verbintenis tot het betalen van de jaarlijkse gemeentelijke bijdrage van 1,07 euro per inwoner;
Overwegende dat de Cultuurnota voor beleidsperiode 2027-2032 op 11 februari 2026 door de Raad van Bestuur van Viertoren werd goedgekeurd;
Overwegende dat de verderzetting van Viertoren een vereiste is voor de vorming van een bovenlokaal netwerk vrijetijdsparticipatie;
Overwegende dat de verderzetting van Viertoren een vereiste is voor de toegang tot subsidies voor kleinschalige bovenlokale cultuurprojecten (vanaf 2030) voor lokale besturen en verenigingen op hun grondgebied;
Art. 1: De in de bijlage van dit besluit opgenomen Cultuurnota wordt goedgekeurd.
Art. 2: Het gemeentebestuur gaat akkoord met de verderzetting van Viertoren in beleidsperiode 2027-2032 indien de werkingssubsidie door de Vlaamse Regering wordt toegekend.
Gelet op het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, art. 56, §1; art. 41, °2; art. 389; en art. 401-412;
Gelet op het participatiedecreet van 18 januari 2008;
Gelet op het bovenlokaal cultuurdecreet van 15 juni 2018;
Gelet op het regiodecreet van 3 februari 2023;
Gelet op het bovenlokaal cultuurdecreet van 8 maart 2024;
Overwegende dat de gemeente Koksijde op vandaag een lokaal netwerk vrijetijdsparticipatie heeft waarvan de subsidiëring eind 2026 afloopt;
Overwegende dat er na 2032 geen lokale netwerken meer gesubsidieerd kunnen worden onder het nieuwe decreet;
Overwegende dat de Raad van Bestuur van Viertoren op 24 juni 2025 zijn akkoord gaf om een gezamenlijke afsprakennota op te stellen voor de vorming van een bovenlokaal netwerk vrijetijdsparticipatie met hetzelfde werkingsgebied als de bovenlokale cultuurwerking van Viertoren;
Overwegende het principieel akkoord van 28 juli 2025 voor de indiening van een gezamenlijke afsprakennota door Viertoren voor de vorming van een bovenlokaal netwerk vrijetijdsparticipatie;
Overwegende dat de Afsprakennota voor beleidsperiode 2027-2032 op 11 februari 2026 door de Raad van Bestuur van Viertoren werd goedgekeurd;
Overwegende dat de Afsprakennota in samenwerking met alle betrokken diensten uit de 4 deelnemende gemeenten werd opgesteld;
Art. 1: De in de bijlage van dit besluit opgenomen Afsprakennota wordt goedgekeurd;
Art. 2: Het gemeentebestuur gaat akkoord met de vorming van een bovenlokaal netwerk vrijetijdsparticipatie onder Viertoren in beleidsperiode 2027-2032 indien de subsidie door de Vlaamse Regering wordt toegekend.
Gelet op art. 41, 56 § 3, 84 en 285 § 1 en 3 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
Gelet op de goedkeuring van de toetreding tot de UiTPAS, de regionale samenwerkingsovereenkomst en het kader van omruilvoordelen in de gemeenteraad van 23 januari 2023;
Gelet op de goedkeuring van de overeenkomst tussen DVV Westhoek en Publiq, gemeenten, aanbieders en gebruikers op de Raad van bestuur van DVV Westhoek van 18 januari 2019;
Gelet op de beslissing van de Raad van Bestuur van DVV Westhoek om de coördinatie van de UiTPAS te financieren via bijdrage van de betrokken gemeenten van 25 oktober 2023;
Gelet op de goedkeuring van de geactualiseerde overeenkomsten UiTPAS Westhoek op de Raad van Bestuur van DVV Westhoek van 9 december 2025;
Overwegende dat DVV Westhoek vraagt de geactualiseerde en gecoördineerde UiTPAS-overeenkomst goed te keuren;
Art. 1: De in bijlage van dit besluit opgenomen geactualiseerde en gecoördineerde UiTPAS-overeenkomst wordt goedgekeurd.
Art. 2: De gemeenteraad delegeert de ondertekeningsbevoegdheid van de samenwerkingsovereenkomst aan de burgemeester en de algemeen directeur.
Gelet op het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40;
Gelet dat de gemeente aangesloten is bij Westkustpolder;
Gelet op het schrijven van 20 februari 2026 van Westkustpolder waarbij de gemeente werd uitgenodigd tot de algemene vergadering op 13 maart 2026 om 10u, met volgende agenda :
Art. 1: Zijn goedkeuring te hechten aan de volgende agendapunten van de algemene vergadering van 13 maart 2026 van Westkustpolder:
Art. 2: De vertegenwoordiger van de gemeente die zal deelnemen aan de algemene vergadering van Westkustpolder op 13 maart 2026 op te dragen zijn stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad.
raadslid De Coster - NASAMS luchtafweergeschut
raadslid Thieren - voetpad Vlaanderenstraat
raadslid Pieters – heraanleg Koninklijke Baan
raadslid Pieters verwijst naar de gewijzigde timing voor de heraanleg van de Koninklijke Baan naar 2029-2033 en daarom vraagt waarom dan niet eerst met de Zeedijk kan begonnen worden; de burgemeester antwoordt dat na de zomer 2027 zal begonnen worden met de Koninklijke Baan en dat er ook in diverse blokken zal gewerkt worden; ook de Leopold II-laan moet worden vernieuwd vooraleer je kan beginnen met de werken in de Koninklijke Baan gezien de omleiding en ook de Koninklijke Baan tussen Koksijde en Oostduinkerke moet worden vernieuwd samen met de doortocht Koksijde-bad, zodat de bereikbaarheid gegarandeerd wordt in de hele gemeente; het technisch dossier voor de Zeedijk is bovendien ook nog niet klaar
raadslid Pieters - verplaatsen slagbomen en parkeren Terlinckplein
raadslid Vancayseele – besparingen De Lijn
raadslid De Coster - compensaties 5% APB
raadslid Dirk Decorte – phishing
raadslid Hancke – plannen watertoren
raadslid Blomme – kwaliteit drinkwater
raadslid Driesse - evaluatie biologisch afbreekbare confetti
raadslid Vanbillemont - verdere uitbouw Huis van het Kind
raadslid Calcoen - invulling Annexgebouw
raadslid Paelinck - inschrijvingen kampen krokus- en paasvakantie
raadslid Geryl – Knuffelduik
raadslid Vanden Bussche – Abdij Ter Duinen
raadslid Vanden Bussche stelt dat het nu duidelijk is dat de loods Degeyter niet zal gebruikt worden voor het erfgoed van de Duinenabdij en hij hoopt dat er een alternatief is uitgewerkt voor de vochtproblemen in het huidige museum, hij vraagt wat het plan is om de unieke collectie aan archeologie te beschermen tegen teloorgang en vraagt wat het budget is dat voorzien wordt en wat de timing is; schepen Verhaeghe wijst op de vochtproblemen in de Campanszaal en ander opstijgend vocht in de kelders; ze wijst ook op de waterproblemen op de site zelf; er wordt door een projectteam onderzocht wat de mogelijke scenario's zijn, de plannen zullen klaar zijn tegen het einde van deze legislatuur, die dan kunnen gerealiseerd worden in de volgende legislatuur
raadslid Vlaminck - stand van zaken Delvaux museum
raadslid Vlaminck verwijst naar de berichten over het Paul Delvauxmuseum en vraagt welke stappen zijn ondernomen en nog voorzie worden; schepen Verhaeghe antwoordt dat er in dialoog is gegaan met de Stichting, tot twee keer toe werd vergaderd en er zijn diverse scenario's door de gemeente voorgelegd aan de Stichting met de bedoeling deze nu verder te onderzoeken
raadslid Calcoen – aankoop minibusje
raadslid Pillen - padelvelden in Oostduinkerke
Voor een woordelijke weergave van de zitting wordt verwezen naar https://koksijde.notubiz.be/vergadering/1424468 dat integraal deel uitmaakt van dit zittingsverslag
De voorzitter sluit de zitting op 09/03/2026 om 21:45.
Namens gemeenteraad,
Joeri Stekelorum
algemeen directeur
Koen Ringoot
voorzitter